Betekenis van:
gunnen

gunnen
Werkwoord
  • uit goedheid schenken
"jezelf rust/'een borrel' gunnen"
"iemand een blik op iets gunnen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

gunnen
Werkwoord
  • werk toewijzen
"iemand een project gunnen"

Hyperoniemen

gunnen
Werkwoord
  • zonder jaloezie toestaan
"iemand iets gunnen"
"het is je gegund!"

Hyperoniemen

gunnen
Werkwoord
  • voldoening hebben dat iemand anders iets heeft of verkrijgt
"Die promotie was hem zeker gegund."