Betekenis van:
wildgroei

wildgroei (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • wilde groei, woekering
"een wildgroei aan/van [reclameborden]"

Hyperoniemen

wildgroei
Zelfstandig naamwoord
  • onstuimige, ongebreidelde groei
"Na een meteorietinslag is er vaak sprake van een enorme wildgroei van varens."

Voorbeeldzinnen

  1. Het herstel van bestaande publieke ruimten en industrieterreinen kan een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van suburbanisatie en stedelijke wildgroei, en aldus de nodige voorwaarden creëren voor duurzame economische ontwikkeling.