Betekenis van:
winkelen

winkelen
Werkwoord
  • winkels bezoeken
"een middagje winkelen met je moeder"
"proletarisch winkelen"

Hyperoniemen

winkelen
Werkwoord
  • van winkel tot winkel gaan en inkopen doen
"Ze winkelden de hele middag en kwamen voldaan en beladen met allerlei nieuwe kleren weer thuis."