Betekenis van:
bezoeken

bezoeken
Werkwoord
  • iemand opzoeken; beproefd; een bezoek brengen
"familie bezoeken"

Synoniemen

Hyperoniemen

bezoeken
Werkwoord
  • bij iemand langsgaan of langskomen
"De jongens wilden hun oma bezoeken."
bezoeken
Werkwoord
  • iemand kwellen
"Hij werd bezocht door zware hoofdpijnen."
bezoeken
Werkwoord
  • meemaken; naar iets heen gaan
"een school/universiteit bezoeken"
"een arts bezoeken"

Synoniemen

Hyperoniemen

bezoek (het ~ | meervoud bezoeken)
Zelfstandig naamwoord
  • visite; het langsgaan bij iemand thuis
"een bezoek brengen aan iemand/iets"
"een bezoek aan [iets/iemand]"

Synoniemen

Hyperoniemen