Betekenis van:
wisseling

wisseling (de ~ | meervoud wisselingen)
Zelfstandig naamwoord
  • ruil, verruiling
"de wisseling der/'van de' seizoenen"
"de wisseling van de wacht"

Synoniemen

Hyperoniemen

wisseling
Werkwoord
  • het van plaats ruilen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen