Betekenis van:
woonplaats
woonplaats (de ~ | meervoud woonplaatsen)
Zelfstandig naamwoord
- plaats waar je woont; woonplaats volgens het bevolkingsregister
"in [zijn/haar/hun] (eigen) woonplaats"
"zonder (vaste) woon- of verblijfplaats"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- (Woonplaats).
- (woonplaats).
- Orgaan van de woonplaats
- organen van de woonplaats:
- moederschapsverzekering van uw woonplaats.
- Woonplaats: Milaan, Italië
- zekerheid) van de woonplaats.
- , b) Milaan, Italië (woonplaats).
- Orgaan in de woonplaats
- 05 Woonplaats van de trust
- orgaan van zijn woonplaats overlegt.
- Orgaan van de woonplaats (2)
- inOostenrijk, de Gebietskrankenkasse waaronder de woonplaats valt;
- Adres in het land van de woonplaats: …
- Woonplaats gedurende tijdvak als werknemer (16) (22)