Betekenis van:
woonplaats

woonplaats (de ~ | meervoud woonplaatsen)
Zelfstandig naamwoord
  • plaats waar je woont; woonplaats volgens het bevolkingsregister
"in [zijn/haar/hun] (eigen) woonplaats"
"zonder (vaste) woon- of verblijfplaats"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. (Woonplaats).
  2. (woonplaats).
  3. Orgaan van de woonplaats
  4. organen van de woonplaats:
  5. moederschapsverzekering van uw woonplaats.
  6. Woonplaats: Milaan, Italië
  7. zekerheid) van de woonplaats.
  8. , b) Milaan, Italië (woonplaats).
  9. Orgaan in de woonplaats
  10. 05 Woonplaats van de trust
  11. orgaan van zijn woonplaats overlegt.
  12. Orgaan van de woonplaats (2)
  13. inOostenrijk, de Gebietskrankenkasse waaronder de woonplaats valt;
  14. Adres in het land van de woonplaats: …
  15. Woonplaats gedurende tijdvak als werknemer (16) (22)