Betekenis van:
woonruimte
woonruimte (de ~ | meervoud woonruimten, woonruimtes)
Zelfstandig naamwoord
- gebouw waarin je woont; plek om te wonen; huis; plek, gelegenheid om te wonen; onderkomen
"zelfstandige/passende/vervangende woonruimte"
"woonruimte zoeken/vinden/aanbieden/(ver)huren"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Type woonruimte
- Type woonruimte
- Aanhangers en opleggers van het caravantype, die als woonruimte worden gebruikt of om te kamperen
- Voorts moest de wet de gelijke rechten op het gebied van huisvesting bevorderen door middelen beschikbaar te stellen met het specifieke doel de mogelijkheid te verruimen voor het kopen of huren van woonruimte tegen haalbare voorwaarden.
- Wat de ontvolking betreft, betoogt Duitsland dat zich in de voorbije jaren in de arbeidsmarktregio Berlijn een bevolkingsdaling heeft voorgedaan, hetgeen heeft geleid tot een afnemende vraag naar woonruimte.
- Het kan onder meer gaan om voorwerpen, documenten of gegevens in bezit van een derde of voortkomend uit een doorzoeking, met inbegrip van de woonruimte van de verdachte; gegevens met betrekking tot het gebruik van diensten, met inbegrip van financiële transacties; processen-verbaal van verklaringen en verhoren, verslagen van hoorzittingen; alsmede andere documenten, met inbegrip van de resultaten van het gebruik van bijzondere opsporingsbevoegdheden.