Betekenis van:
zaad

zaad (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • hoeveelheid van dergelijke kiemen
"zaad dragen"
"in het zaad schieten"

Hyperoniemen

zaad (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • mannelijk zaad van mens of dier; mannelijk zaad van mens of dier; mannelijk zaadvocht
"het mannelijk zaad"
"Abrahams zaad"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

zaad
Zelfstandig naamwoord
  • een bevruchte kiem waaruit een nieuwe plant van dezelfde soort groeit
zaad
Zelfstandig naamwoord
  • zaadcellen uit de mannelijke geslachtsorganen van een mens of een dier
zaad (het ~ | meervoud zaden)
Zelfstandig naamwoord
  • klein zaadkiempje; kiem waaruit een plant voortkomt

Synoniemen

Hyperoniemen