Betekenis van:
zaagsel

zaagsel (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • poedervormig zaagafval
"zaagsel in zijn kop hebben"
"het zaagsel opvegen"

Hyperoniemen

zaagsel
Zelfstandig naamwoord
  • een uit houtvezels bestaande stof die ontstaat bij het zagen van hout
"Deze pop is gevuld met zaagsel."