Betekenis van:
zalven

zalven
Werkwoord
  • met zalf bestrijken; met balsem insmeren
"een been/'zere plek' zalven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

zalven
Werkwoord
  • wijden
"een koning eerbiedig zalven"
"zalvend/'op zalvende toon' spreken"

Hyperoniemen

zalven
Werkwoord
  • met zalf bestrijken
"Je moet die plek even zalven zodat het sneller geneest."
zalven
Werkwoord
  • het aanbrengen van een welriekende olie, meestal als inhuldiging in een politieke of religieuze hoedanigheid
"De koningen van Israël werden tot koning gezalfd."
zalven
Werkwoord
  • het spreken op een overdreven preektoon
"Wat stond die dominee te zalven, zeg..."
zalf (de ~ | meervoud zalven)
Zelfstandig naamwoord
  • smeerbaar geneesmiddel
"een zalfje op de wonde"
"iemand een zalfje voorschrijven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen