Betekenis van:
zijkant

zijkant
Zelfstandig naamwoord
  • datgene dat de zijde vormt
"Aan de zijkant zit een handvat."
zijkant (de ~ | meervoud zijkanten)
Zelfstandig naamwoord
  • rand

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bekeken van de zijkant, steken de tanden bovendien naar voren.
  2. referentielijn zijkant
  3. Minimumaantal per zijkant
  4. aan de zijkant:
  5. Botsing aan de zijkant
  6. Aan de zijkant:
  7. Belasting aan de zijkant
  8. Bepaling van de referentielijn zijkant
  9. wit of geel aan de zijkant;
  10. Vastnemen van het zitvlak aan de zijkant bij het openklappen
  11. minstens 82,5 mm binnen de gedefinieerde referentielijnen zijkant,
  12. „snijpunt van de referentielijn achterkant motorkap en de referentielijn zijkant”.
  13. Bijlage 11 — Zichtbaarheid van opvallende markeringen aan de achter- en zijkant van een voertuig
  14. Aanbevolen wordt de baan tijdens de test voortdurend van de zijkant te besproeien.
  15. het bolle gedeelte van de zijkant van de banden, net boven het contactpunt met de grond,