Betekenis van:
zon

zon
Zelfstandig naamwoord
  • de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat o.a. de aarde het daglicht schenkt
"Als de zon schijnt, gaan veel mensen graag naar buiten."
zon
Zelfstandig naamwoord
  • de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat o.a. de aarde het daglicht schenkt
"Als de zon schijnt, gaan veel mensen graag naar buiten."
zon (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • licht van de zon
"een dag zonder zon"
"de zon tegen hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

zon (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • centrum van ons zonnestelsel
"de zon breekt door"
"de zon gaat op/rijst"

Synoniemen

Hyperoniemen

zon (de ~ | meervoud zonnen)
Zelfstandig naamwoord
  • zelflichtend hemellichaam

Hyperoniemen

Werkwoord