Vertaling van behindern

Inhoud:

Duits
Frans
beengen, behindern, belästigen, genieren, stören, lästig werden {ww.}
gêner 
déranger 

wir behindern
sie behindern

nous gênons
ils/elles gênent
» meer vervoegingen van gêner

hindern, sperren, versperren, absperren, aufhalten, hemmen, behindern {ww.}
barrer 

wir behindern
sie behindern

nous barrons
ils/elles barrent
» meer vervoegingen van barrer



Gerelateerd aan behindern

beengen - belästigen - genieren - stören - lästig werden - hindern - sperren - versperren - absperren - aufhalten - hemmen