Vertaling van Dank-

Inhoud:

Duits
Nederlands
dankbar, dankend, Dank-, Dankes- {bn.}
dankbaar 
erkentelijk
dank {vz.}
dank zij
Dank [m] (der ~) {zn.}
dank  [m]
dankzegging [v]
Vielen Dank, Herr Doktor.
Dank u wel, dokter.
Vielen Dank!
Dank je wel!
abdanken, entlassen, verabschieden, aus dem Dienst entfernen, exen {ww.}
ontzetten
royeren
ontslaan 
abdanken, abdizieren, zurücktreten, verzichten, sein Amt niederlegen, seine Würde niederlegen {ww.}
afstand doen van
aftreden 
abdiqueren
afstand doen
abdiceren
danken, sich bedanken, verdanken {ww.}
bedanken 
danken 
te danken hebben
dank betuigen
Nichts zu danken.
Niets te danken!
Er sollte dir danken.
Hij zou u moeten danken.


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Vielen Dank!

Heel hartelijk bedankt.

Gott sei Dank.

Godzijdank.

Vielen Dank, Herr Doktor.

Dank u wel, dokter.

Vielen Dank für das Geschenk.

Bedankt voor je cadeau.

Vielen Dank!

Dank je wel!

"Vielen Dank" sagte sie mit einem Lächeln.

"Heel erg bedankt," zei ze met een glimlach.

Dank dir habe ich meinen Appetit verloren.

Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.

Vielen Dank im Voraus für eure Mitarbeit.

Alvast bedankt voor uw samenwerking.