Vertaling van Einer

Inhoud:

Duits
Nederlands
Einer [m] (der ~), Einheit [v] (die ~) {zn.}
eenheid [v]
ein gewisser, einer, irgend einer, irgendwer, jemand {onb. vnw.}
een of ander
iemand 
een 
een zeker


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Ich spiele in einer Band.

Ik speel in een groep.

Ich lebe in einer Wohnung.

Ik woon in een appartement.

Er lebt in einer Traumwelt.

Hij leeft in een droomwereld.

Stammst du aus einer Musikerfamilie?

Kom je uit een muzikaal gezin?

"In einer Nacht", fügte Dima hinzu.

"In één nacht," voegde Dima eraan to.

Einer für alle, alle für einen.

Eén voor allen, allen voor één.

Einer von uns zwei muss das machen.

Een van ons tweeën moet het doen.

Meine Schwester spielt mit einer Puppe.

Mijn zus speelt met een pop.

Einer der Äpfel fiel auf den Boden.

Een van de appels viel op de grond.

Harajuku ist einer der meistbelebtesten Plätze Tokyos.

Harajuku is een van de warmste plaatsen in Tokio.

Die Familie wohnt in einer Jurte.

Het gezin woont in een joert.

Bist du Student an einer Hochschule?

Studeer je?

Eine Sprache ist ein Dialekt mit einer Armee und einer Marine.

Een taal is een dialect met een leger en een vloot.

Ich habe sie schon seit einer Ewigkeit nicht mehr gesehen.

Ik heb haar in geen eeuwigheid gezien.

Du wärst überrascht, was man in einer Woche lernen kann.

Je zou verbaasd staan over wat je in een week leren kan.


Gerelateerd aan Einer

Einheit - ein gewisser - einer - irgend einer - irgendwer - jemand