Vertaling van Wagen
Inhoud:
Duits
Nederlands
Bahnwagen , Wagen , Wagon, Waggon {zn.}
wagon
spoorwagen
spoorwagen
Sie sind das fünfte Rad am Wagen.
Jij bent het derde wiel aan de wagen.
Bitte sage mir, wo ich meinen Wagen parken kann.
Vertel me alstublieft waar ik mijn wagen moet parkeren.
riskieren, wagen, dem Zufall überlassen, aufs Spiel setzen {ww.}
wir wagen
sie wagen
wij wagen
zij wagen
» meer vervoegingen van wagen
wägen, abwägen, wiegen {ww.}
wegen
afwegen
het gewicht bepalen
afwegen
het gewicht bepalen
Voorbeelden in zinsverband
Duits
Nederlands
Toms Wagen heißt „Donnerriese“.
Marco's auto heet "Thunder Giant".
Der Wagen steht bereit.
De auto is klaar.
Wir brauchen einen Wagen.
Wij hebben een auto nodig.
Ich habe ihr einen neuen Wagen gekauft.
Ik heb een nieuwe auto voor haar gekocht.
Sie sind das fünfte Rad am Wagen.
Jij bent het derde wiel aan de wagen.
Weißt du, wessen Wagen das hier ist?
Weten jullie van wie deze auto is?
Bitte sage mir, wo ich meinen Wagen parken kann.
Vertel me alstublieft waar ik mijn wagen moet parkeren.