Vertaling van Fuhre

Inhoud:

Duits
Nederlands
Fuder [m] (der ~), Fuhre [v] (die ~), Karren [m] (der ~), Wagen [m] (der ~), Fuhrwerk [o] (das ~), Förderwagen [m] (der ~), Hund [m] (der ~), Hunt, Laufkatze [v] (die ~) {zn.}
wagen 
karretje [o]
handkar
kar 
Sie sind das fünfte Rad am Wagen.
Jij bent het derde wiel aan de wagen.
Bitte sage mir, wo ich meinen Wagen parken kann.
Vertel me alstublieft waar ik mijn wagen moet parkeren.
Belastung [v] (die ~), Bunt-, Fuhre [v] (die ~), Ladung [v] (die ~), Last [v] (die ~) {zn.}
lading  [v]
last
vracht
führen, leiten, lenken, den Weg weisen, anleiten, geleiten {ww.}
leiden
de weg wijzen
geleiden
rondleiden

ich führe

ik leid
» meer vervoegingen van leiden

Alle Wege führen nach Rom.
Alle wegen leiden naar Rome.
Viele Wege führen nach Rom.
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
fahren {ww.}
chaufferen
rijden
vervoeren

ich führe

leiten, führen, anführen, befehligen {ww.}
aanvoeren
besturen 
regeren 

ich führe

ik voer aan
» meer vervoegingen van aanvoeren

den Vorsitz haben, führen, präsidieren {ww.}
presideren
voorzitten

ich führe

ik presideer
» meer vervoegingen van presideren

fahren {ww.}
varen 
dirigieren, führen, richten, steuern, leiten, lenken {ww.}
richten 
dirigeren
besturen 
mennen
sturen

ich führe

ik richt
» meer vervoegingen van richten

fahren {ww.}
rijden
gaan 
karren
varen 
Ich möchte nicht fahren.
Ik wil niet rijden.
Wir fahren morgen los.
We gaan morgen vertrekken.
führen, leiten {ww.}
leiden
geleiden
brengen 
besturen 
voeren 

ich führe

ik leid
» meer vervoegingen van leiden

Zu viel Stress kann zu physischer Krankheit führen.
Teveel stress kan tot een handicap leiden.

Gerelateerd aan Fuhre

Fuder - Karren - Wagen - Fuhrwerk - Förderwagen - Hund - Hunt - Laufkatze - Belastung - Bunt- - Ladung - Last - führen - leiten - lenken