Vertaling van Wand

Inhoud:

Duits
Nederlands
Wand [v] (die ~) {zn.}
tussenschot [o]
schot  [o]
beschot  [o]
schut [o]
wand [m]
Mauer [v] (die ~), Wand [v] (die ~) {zn.}
muur [m]
Herr Gorbatschow, reißen Sie diese Mauer nieder!
Meneer Gorbatsjov, haal deze muur neer!
Sie hängte den Kalender an die Wand.
Ze hing de kalender aan de muur.
schlingen, winden, flechten {ww.}
vlechten

ich wand
er/sie/es wand

ik vlocht
hij/zij/het vlocht
» meer vervoegingen van vlechten

drehen, ringen, winden {ww.}
twijnen
wringen 
verbuigen
vertrekken
verdraaien
verwringen

ich wand
er/sie/es wand

ik twijnde
hij/zij/het twijnde
» meer vervoegingen van twijnen


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Sie hängte den Kalender an die Wand.

Ze hing de kalender aan de muur.

An der Wand hängt eine Karte.

Er hangt een kaart aan de muur.

Eine Uhr hängt an der Wand.

Er hangt een klok aan de muur.

Der Nagel ging durch die Wand.

De nagel ging door de muur.

Er hängte ein Bild an die Wand.

Hij hing een afbeelding aan de muur.

Er drückte sein Ohr gegen die Wand.

Hij drukte zijn oor tegen de muur.

Sie hat die Wand weiß gestrichen.

Ze verfde de muren wit.

Die Plakate wurden sofort von der Wand entfernt.

De affiches zijn direct van de muur verwijderd.

Dort ist ein Portrait von Bob an der Wand.

Er hangt een portret van Bob aan de muur.

Das Bild meines Großvaters hängt an der Wand.

Het portret van mijn grootvader hangt aan de muur.


Gerelateerd aan Wand

Mauer - schlingen - winden - flechten - drehen - ringen