Vertaling van Weg

Inhoud:

Duits
Nederlands
Bahn [v] (die ~), Chaussee, Strecke [v] (die ~), Weg [m] (der ~) {zn.}
weg  [m]
route [v]
baan  [v]
Der Junge rannte weg.
De jongen liep weg.
Regen, Regen, geh weg!
Regen, regen, ga weg!
ab, dahin, fort, heraus, weg, hinweg, weit, entfernt {bw.}
heen
over 
vandoor
verwijderd
voort
weg 


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Der Junge rannte weg.

De jongen liep weg.

Regen, Regen, geh weg!

Regen, regen, ga weg!

Der Hund ging weg.

De hond ging weg.

Der Weg ist lang.

De weg is lang.

Sie geht ihren eigenen Weg.

Ze zal haar eigen manier hebben.

Er machte seinen Weg durch Schwierigkeiten hindurch.

Hij baande zijn weg doorheen de problemen.

Könnten Sie mir den Weg zur Bushaltestelle zeigen?

Kun je me de weg naar de bushalte tonen?

Ich traf ihn auf dem Weg nach Hause.

Ik ontmoette hem op weg naar huis.

Es ist sehr weit weg.

Het is ver hiervandaan

Kommentatoren haben das Geräusch der Vuvuzelas abwechselnd als "nervtötend" und "satanisch" beschrieben und es mit "einer Stampede von wütenden Elefanten", "einem ohrenbetäubenden Schwarm von Heuschrecken" , "einer Ziege auf dem Weg zur Schlachtbank", " einem gigantischen Stock voll sehr wütender Bienen" und "einer Ente auf Drogen" verglichen.

Commentatoren hebben op verschillende wijzen het geluid van de vuvuzela beschreven als "vervelend" en "satanisch" en vergeleken met "een massale vlucht van olifanten", "een oorverdovende zwerm sprinkhanen", "een geit op weg naar haar slachting", "een gigantische bijenkorf vol met boze bijen" en "een eend die gedrogeerd is met speed".


Gerelateerd aan Weg

Bahn - Chaussee - Strecke - ab - dahin - fort - heraus - weg - hinweg - weit - entfernt