Vertaling van ablösen
Inhoud:
Duits
Nederlands
ablösen, ersetzen, an Stelle treten, vertreten, Ersatz sein für, Vertreter sein für {ww.}
ich werde ablösen
du wirst ablösen
er/sie/es wird ablösen
ik zal vervangen
jij zult vervangen
hij/zij/het zal vervangen
» meer vervoegingen van vervangen
Ich muss mein Klavier durch ein neues ersetzen.
Ik moet mijn toetsenbord vervangen door een nieuw.
ablösen, loslösen, auseinandermachen {ww.}
losweken
ich werde ablösen
du wirst ablösen
er/sie/es wird ablösen
ik zal losweken
jij zult losweken
hij/zij/het zal losweken
» meer vervoegingen van losweken