Vertaling van bezahlen
Inhoud:
Duits
Nederlands
zahlen, abzahlen, auszahlen, bezahlen, einzahlen, entrichten {ww.}
wir bezahlen
sie bezahlen
wij betalen
zij betalen
» meer vervoegingen van betalen
Wir müssen immer mehr bezahlen.
We moeten altijd meer betalen.
Wer wird das Essen bezahlen?
Wie gaat het eten betalen?
Voorbeelden in zinsverband
Duits
Nederlands
Plötzlich fiel mir ein, dass ich so viele Bücher gar nicht bezahlen konnte.
Plotseling herinnerde ik me dat ik zoveel boeken niet kon betalen.
"Unser Chef bestand auf dem Preis", erklärte die Ladeninhaberin. "Aber wissen Sie, Sie brauchen mir die 0.99 nicht in Kopeken zu bezahlen. Wenn Sie wollen, können Sie mehr bezahlen."
"Onze baas heeft aangedrongen op die prijs," legde de verkoopster uit. "Maar weet u, u hoeft me geen 0,99 in kopeken te betalen. U mag meer betalen als u wilt."