Vertaling van zahlen

Inhoud:

Duits
Nederlands
zahlen, abzahlen, auszahlen, bezahlen, einzahlen, entrichten {ww.}
betalen 
voldoen
uitkeren
uitbetalen
storten
dokken

wir zahlen
sie zahlen

wij betalen
zij betalen
» meer vervoegingen van betalen

Plötzlich fiel mir ein, dass ich so viele Bücher gar nicht bezahlen konnte.
Plotseling herinnerde ik me dat ik zoveel boeken niet kon betalen.
"Unser Chef bestand auf dem Preis", erklärte die Ladeninhaberin. "Aber wissen Sie, Sie brauchen mir die 0.99 nicht in Kopeken zu bezahlen. Wenn Sie wollen, können Sie…
"Onze baas heeft aangedrongen op die prijs," legde de verkoopster uit. "Maar weet u, u hoeft me geen 0,99 in kopeken te betalen. U mag meer betalen
zählen, vorzählen {ww.}
opsommen
zählen, aufzählen {ww.}
tellen 
neertellen
aftellen
Er kann nicht zählen.
Hij kan niet tellen.
Mein Sohn kann schon bis hundert zählen.
Mijn zoon kan al tot honderd tellen.


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Ich möchte zahlen bitte.

Mag ik de rekening alstublieft.

Sie müssen im Voraus zahlen.

Ze moeten vooraf betalen.

Ich würde gerne mit Kreditkarte zahlen.

Ik wil betalen met een kredietkaart.

1,3 und 5 sind ungerade Zahlen.

Eén, drie en vijf zijn oneven getallen.

2, 4, 6 usw. sind gerade Zahlen.

2, 4, 6 enz. zijn even getallen.

Zahlen Sie das Geld bitte auf einer Bank ein!

Stort het geld in een bank a.u.b.


Gerelateerd aan zahlen

abzahlen - auszahlen - bezahlen - einzahlen - entrichten - zählen - vorzählen - aufzählen