Vertaling van forsch

Inhoud:

Duits
Nederlands
forsch, tüchtig, energisch, tatkräftig, Energie- {bn.}
energiek
ferm
flink
krachtig 
voortvarend
energetisch 
forschen, ausforschen, erforschen, unterforschen, untersuchen {ww.}
onderzoeken 
uitzoeken
exploreren
nagaan
uitvissen
vorsen
Ich muss Sie untersuchen.
Ik moet je onderzoeken.
Sie werden die Angelegenheit untersuchen.
Zij gaan de zaak onderzoeken.
ausforschen {ww.}
nasnuffelen