Vertaling van mögen
wir mögen
sie mögen
wij lusten
zij lusten
» meer vervoegingen van lusten
verzot zijn op
dol zijn op
wir mögen
sie mögen
wij waarderen
zij waarderen
» meer vervoegingen van waarderen
wir mögen
sie mögen
wij hebben lief
zij hebben lief
» meer vervoegingen van liefhebben
wir mögen
sie mögen
wij verlangen
zij verlangen
» meer vervoegingen van verlangen
wir mögen
sie mögen
wij neigen
zij neigen
» meer vervoegingen van neigen
wir mögen
sie mögen
wij waarderen
zij waarderen
» meer vervoegingen van waarderen
Voorbeelden in zinsverband
Mögen Sie Musik?
Hou je van muziek?
Alle mögen große Pizzas.
Iedereen houdt van grote pizza's.
Mögen Sie Äpfel?
Vind je appels lekker?
Wir mögen keine Gewalt.
We houden niet van geweld.
Nicht alle Kinder mögen Äpfel.
Niet alle kinderen houden van appels.
Tom und Maria mögen beide alte Filme.
Tom en Mary houden allebei van oude films.
Pferde mögen keine Butterblumen, sie lassen sie auf der Wiese stehen.
Paarden houden niet van boterbloemen, die laten ze gewoon staan in de wei.