Vertaling van vorzüglich

Inhoud:

Duits
Nederlands
vorzüglich {bn.}
preferent
verkieslijk
ausgezeichnet, gediegen, trefflich, vortrefflich, vorzüglich, hervorragend {bn.}
excellent
kostelijk
tiptop
tof
uitmuntend
voortreffelijk
uitstekend 
besonders, eigens, insbesondere, vornehmlich, vorzüglich, zumal {bw.}
in het bijzonder
inzonderheid
voornamelijk 
hauptsächlich, vorzüglich {bn.}
hoofd-
voornaamste