Vertaling van wandern

Inhoud:

Duits
Nederlands
wandern {ww.}
zwerven
trekken
rondtrekken
rondreizen

wir wandern
sie wandern

wij zwerven
zij zwerven
» meer vervoegingen van zwerven



Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Mein Opa geht gerne wandern.

Mijn opa houdt van wandelen.

Seid ihr dazu bereit, wandern zu gehen?

Zijn jullie allemaal klaar om te gaan wandelen?

Wir haben vor, morgen wandern zu gehen.

We zijn van plan morgen te gaan wandelen.

Wenige Elefanten würden freiwillig nach Europa wandern.

Weinig olifanten zouden vrijwillig naar Europa trekken.