Vertaling van zusammentreffen
Inhoud:
Duits
Nederlands
koinzidieren, zusammenfallen, zusammentreffen {ww.}
samenvallen
er/sie/es wird zusammentreffen
sie werden zusammentreffen
er/sie/es würde zusammentreffen
hij/zij/het zal samenvallen
zij zult samenvallen
hij/zij/het zal samenvallen
» meer vervoegingen van samenvallen
ich werde zusammentreffen
du wirst zusammentreffen
er/sie/es wird zusammentreffen
ik zal samenkomen
jij zult samenkomen
hij/zij/het zal samenkomen
» meer vervoegingen van samenkomen