Vertaling van zuvor

Inhoud:

Duits
Nederlands
früher, zuvor, vorher, vorweg, im voraus, vorn, davor {bw.}
daarvoor
eerder
indertijd
vooraan
voorheen
vroeger 
weleer
zuvor, vorher, davor
eerst
eerder
voorheen
vroeger
voordien
voordat
vooraf
daarstraks
daarnet

Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Ich hatte noch nie zuvor von Lwiw gehört.

Ik had nog nooit eerder van Lviv gehoord.

Er fragte mich, ob ich die Nacht zuvor gut geschlafen hatte.

Hij vroeg me of ik goed geslapen had de nacht voordien.


Gerelateerd aan zuvor

früher - vorher - vorweg - im voraus - vorn - davor