Vertaling van accessory

Inhoud:

Engels
Nederlands
accessory {bn.}
aanbehorend
bijbehorend
accessory, side-issue, adjunct, appurtenance {zn.}
bijwerk [o]
aanhangsel  [o]
bijkomstigheid [v]
bijzaak  [v]
accessory {bn.}
medeplichtig
medeschuldig
accessory, secondary, adventitious, adjunct, ancillary, appurtenant {bn.}
bijbehorend
bijkomend
bijkomstig 
accessorisch
accessoir
accessory {bn.}
ondergeschikt
accessory {zn.}
bijzaak  [v]
assistant, helper, aid, accessory, auxiliary {zn.}
assistent  [m]
helper
hulp 
I need an assistant who speaks Korean.
Ik heb een assistent nodig die Koreaans spreekt.
abetter, accessory, accomplice {zn.}
handlanger
medeplichtige
secondary, accessory, subsidiary {bn.}
ondergeschikt
tweederangs