Vertaling van competence

Inhoud:

Engels
Nederlands
ability, capability, capacity, competence, competency, faculty, proficiency {zn.}
vermogen
bekwaamheid  [v]
command, competence, competency, proficiency, skill {zn.}
kenvermogen
competence, competency {zn.}
taalcompetentie
competentie [v] (de ~)
competence, competency {zn.}
bekwaamheid [v] (de ~)
kunde [v] (de ~)
kundigheid [v] (de ~)
competentie [v] (de ~)
ability, competence, competency, efficiency, expertise {zn.}
expertise
competentie [v]
deskundigheid [v]
bevoegdheid  [v]
expertness, skilfulness, accomplishment, ability, competence, aptitude {zn.}
slag  [m]
vlugheid [v]
handigheid [v]
vaardigheid [v]
bedrevenheid [v]
competence, competency {zn.}
taalbeheersing [v] (de ~)
taalvaardigheid [v] (de ~)