Vertaling van confront

Inhoud:

Engels
Nederlands
to confront, to face {ww.}
het hoofd bieden
to confront {ww.}
confronteren
to confront, to face, to abut, to address {ww.}
het hoofd bieden
to confront {ww.}
pal staan
niet toegeven
niet wijken
het hoofd bieden
to confront, to stand up to, to withstand, to oppose {ww.}
weerstaan
zich verzetten
standhouden
bezwaar hebben tegen
My house is designed to withstand an earthquake.
Mijn huis is ontworpen om een aardbeving te weerstaan.

Gerelateerd aan confront

face - abut - address - stand up to - withstand - oppose