Vertaling van dead
ontslapen
ontzield
overleden
wijlen
zaliger
dood
zielloos
levenloos
Voorbeelden in zinsverband
The parrot is dead.
De papegaai is dood.
Over my dead body.
Over m'n lijk!
I see dead people.
Ik zie dode mensen.
The dog is dead.
De hond is dood.
She is dead.
Ze is dood.
I wish you were dead!
Ik wou dat je dood was!
My neighbor's dog is dead.
De hond van mijn buurman is dood.
The car battery is dead.
De autobatterij is leeg
Both his parents are dead.
Zijn beide ouders zijn dood.
Latin is a dead language.
Het Latijn is een dode taal.
The batteries in my calculator are dead.
De batterijen in mijn rekenmachine zijn plat.
Both his father and mother are dead.
Zowel zijn vader als moeder zijn gestorven.
All my friends and family are dead.
Al mijn vrienden en familie zijn dood.
Alive or dead, I'll always love you.
Levend of dood, ik zal altijd van je blijven houden.
An innocent passer-by was shot dead in broad daylight.
Een onschuldige voorbijganger werd op klaarlichte dag doodgeschoten.