Vertaling van first

Inhoud:

Engels
Nederlands
first {rangtl.}
eerste
first, firstly, first of all, originally {bw.}
eerst 
allereerst
ten eerste
vooreerst
first, foremost, world-class {bn.}
voorst
initial, elementary, first, introductory, primary {bn.}
aanvangs-
aanvankelijk 
begin-
first, first base {zn.}
topkwaliteit [v] (de ~)
first, inaugural, initiative, initiatory, maiden {bn.}
inaugureel
inauguraal
beginning, commencement, first, get-go, kickoff, offset, outset, showtime, start, starting time {zn.}
aanvangstijd [m] (de ~)
beginning, commencement, first, get-go, kickoff, offset, outset, showtime, start, starting time {zn.}
begin [o] (het ~)
inval [m] (de ~)
opmaat [m] (de ~)
intrede [m] (de ~)
beginperiode [v] (de ~)
aanvang [m] (de ~)
I'm beginning to miss my girlfriend.
Ik begin mijn vriendin te missen.
The official start is on Saturday.
Het officiële begin is op zaterdag.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

First come, first serve.

Die het eerst komt, die het eerst maalt.

First France, then Iraq.

Eerst Frankrijk, dan Irak.

He's my first love.

Hij is mijn eerste liefde.

Women and children first!

Vrouwen en kinderen eerst!

This is the first time.

Dit is de eerste keer.

It wasn’t the first time.

Dat was niet de eerste keer.

Isabela was my first girlfriend.

Isabela was mijn eerste vriendin.

I remember the first time.

Ik kan me de eerste keer nog herinneren.

That was our first encounter.

Dat was onze eerste ontmoeting.

French is her first language.

Frans is haar moedertaal.

Tom was Mary's first love.

Tom was Mary's eerste liefde.

Please serve him his meal first.

Dien alstublieft zijn maaltijd eerst op.

Is this your first trip abroad?

Is dit je eerste reis in het buitenland?

I first met him three years ago.

Ik leerde hem drie jaar geleden kennen.

It was love at first sight.

Het was liefde op het eerste gezicht.