Vertaling van hat

Inhoud:

Engels
Nederlands
hat {zn.}
hoed [m]
Bring my hat.
Breng mijn hoed.
She's wearing a hat.
Ze draagt een hoed.
to hat {ww.}
opdoen
opzetten
hat {zn.}
kardinaalshoed
to hat {ww.}
ophebben
hat {zn.}
centenbak [m] (de ~)
chapeau, hat, lid {zn.}
hoed [m] (de ~)
Don't go without a hat.
Ga niet zonder hoed.
This hat is mine.
Deze hoed is van mij.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She's wearing a hat.

Ze draagt een hoed.

This hat is mine.

Deze hoed is van mij.

Bring my hat.

Breng mijn hoed.

His hat looked very funny.

Zijn hoed zag er heel grappig uit.

I take off my hat.

Ik zet mijn hoed af.

Don't go without a hat.

Ga niet zonder hoed.

He has a hat on.

Hij heeft een hoed op.

The brown hat is old.

De bruine hoed is oud.

I don't like this hat.

Ik hou niet van die hoed.

He can't find his hat.

Hij kan zijn hoed niet vinden.

This is my hat in the summer.

Dit is mijn zomerhoed.

He is buying a vintage hat.

Hij koopt een oude hoed.

I am very much attached to this old straw hat.

Ik ben erg gehecht aan deze oude strooien hoed.

She's been wearing the same hat for a month.

Ze draagt nu al een maand dezelfde hoed.

There is a bowler hat on the table.

Op de tafel ligt een bolhoed.


Gerelateerd aan hat

chapeau - lidapparel - lay - chapeau - have on - jawbone - headdress - hat shop - hatband