Vertaling van hobby

Inhoud:

Engels
Nederlands
hobby, wet-nurse {zn.}
boomvalk  [m]
hobby, sideline, pastime {zn.}
hobby 
liefhebberij
Do you have a hobby?
Heb je een hobby?
Programming languages are his hobby.
Programmeertalen zijn zijn hobby.
hobby, avocation {zn.}
hobby 
liefhebberij [v]
My hobby is to cook.
Mijn hobby is koken.
My hobby is reading comics.
Mijn hobby is stripboeken lezen.
hobby, avocation {zn.}
hobby 
My hobby is playing the guitar.
Mijn hobby is gitaar spelen.
hobby, hobbyhorse, rocking horse {zn.}
stokpaardje [o] (het ~)
hobby, hobbyhorse, rocking horse {zn.}
hobbelpaard [o] (het ~)
avocation, by-line, hobby, pursuit, sideline, spare-time activity {zn.}
cumul
bijbaantje [o] (het ~)
bijbetrekking
nevenfunctie [v] (de ~)
push-bike, avocation, by-line, hobby, pursuit, sideline, spare-time activity {zn.}
loopfiets

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Do you have a hobby?

Heb je een hobby?

Programming languages are his hobby.

Programmeertalen zijn zijn hobby.

My hobby is reading comics.

Mijn hobby is stripboeken lezen.

My hobby is to cook.

Mijn hobby is koken.

My hobby is playing the guitar.

Mijn hobby is gitaar spelen.

My hobby is to listen to music.

Mijn hobby is muziek beluisteren.

My hobby is listening to music.

Mijn hobby is muziek beluisteren.

My father's hobby is growing roses.

Mijn vader heeft als hobby het kweken van rozen.

My hobby is making model planes.

Mijn hobby is modelvliegtuigjes bouwen.

My hobby is taking pictures of wild flowers.

Mijn hobby is foto's trekken van wilde bloemen.


Gerelateerd aan hobby

wet-nurse - sideline - pastime - avocation - hobbyhorse - rocking horse - by-line - pursuit - spare-time activity - push-bikeissue - object - business