Vertaling van houses ,
he/she/it houses
hij/zij/het huisvest
» meer vervoegingen van huisvesten
he/she/it houses
hij/zij/het brengt onder
» meer vervoegingen van onderbrengen
he/she/it houses
hij/zij/het herbergt
» meer vervoegingen van herbergen
Voorbeelden in zinsverband
He doesn't know who built those houses.
Hij weet niet wie deze huizen gebouwd heeft.
Tom owns two houses and a boat.
Tom heeft zwee huizen en een boot.
There are no houses around here.
Er zijn hier geen huizen in de buurt.
The policeman visited all the houses.
De politieagent bezocht alle huizen.
Frugality with diligence builds houses like castles.
Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen.
These houses were burnt down to the ground by the enemy.
Deze huizen werden tot de grond platgebrand door de vijand.
All houses in our street are decorated with little orange flags because of the World Cup.
Alle huizen in onze straat zijn versierd met oranje vlaggetjes vanwege het WK.