Vertaling van jacket

Inhoud:

Engels
Nederlands
jacket {zn.}
jasje  [o]
colbert [o]
buis [o]
I don't like the red jacket.
Ik vind het rode jasje niet leuk.
As the wind blows, so does his jacket.
Zoals de wind waait, waait zijn jasje.
morning-coat, jacket {zn.}
pandjesjas
jacquet
jacket {zn.}
jasje [o] (het ~)
jas
She handed him his jacket.
Ze gaf hem zijn jas.
jacket {zn.}
kaft [m] (de/het ~)
jacket {zn.}
jack [o] (het ~)
cover, hood, lid, wrapper, jacket {zn.}
deksel  [o]
kap [v]
omslag [o]
kaft
bedekking [v]
Please help me take this lid off.
Help me alsjeblieft met dit deksel eraf te krijgen.
Tom has put a cover on the pot.
Tom heeft een deksel op de pan gelegd.
jacket {zn.}
mantel

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She handed him his jacket.

Ze gaf hem zijn jas.

I don't like the red jacket.

Ik vind het rode jasje niet leuk.

As the wind blows, so does his jacket.

Zoals de wind waait, waait zijn jasje.


Gerelateerd aan jacket

morning-coat - cover - hood - lid - wrappercoat - protection