Vertaling van juncture

Inhoud:

Engels
Nederlands
juncture, occasion {zn.}
grensovergang [m] (de ~)
grenspost [m] (de ~)
juncture, occasion {zn.}
gelegenheid [v] (de ~)
His speech was not very becoming to the occasion.
Zijn toespraak was niet erg gepast voor de gelegenheid.

Gerelateerd aan juncture

occasioncheckpoint - event