Vertaling van event

Inhoud:

Engels
Nederlands
event {zn.}
gebeurtenis  [v]
gebeurde [o]
voorgevallene
You don't have to be very old to remember that event.
Ge moet niet erg oud zijn om u die gebeurtenis te herinneren.
event {zn.}
belegging [v]
toedracht
event {zn.}
gebeurtenis  [v]
event {zn.}
evenement [o]
belangrijke gebeurtenis
chance, event, occurrence, opportunity, instance, occasion, time {zn.}
gelegenheid  [v]
gebeurtenis  [v]
geval 
Opportunity makes the thief
De gelegenheid maakt de dief.
Opportunity makes a thief.
De gelegenheid maakt de dief.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Swimming will be the main event of the next Olympics.

Zwemmen zal de hoofdactiviteit zijn in de volgende Olympische Spelen.

You don't have to be very old to remember that event.

Ge moet niet erg oud zijn om u die gebeurtenis te herinneren.


Gerelateerd aan event

chance - occurrence - opportunity - instance - occasion - time