Vertaling van occurrence

Inhoud:

Engels
Nederlands
chance, event, occurrence, opportunity, instance, occasion, time {zn.}
gelegenheid  [v]
gebeurtenis  [v]
geval 
Opportunity makes the thief
De gelegenheid maakt de dief.
Opportunity makes a thief.
De gelegenheid maakt de dief.
event, occurrence
evenement
gebeurtenis
voorval

Gerelateerd aan occurrence

chance - event - opportunity - instance - occasion - time