Vertaling van lexicon

Inhoud:

Engels
Nederlands
lexicon {zn.}
lexicon  [o]
lexicon, mental lexicon, vocabulary {zn.}
lexicon [o] (het ~)
vocabulaire [o] (het ~)
woordenschat [m] (de ~)
lexicon, mental lexicon, vocabulary {zn.}
vocabularium [o] (het ~)
vocabulaire [o] (het ~)
woordenlijst [m] (de ~)
dictionary, lexicon {zn.}
woordenboek [o] (het ~)
lexicon [o] (het ~)
I have the dictionary.
Ik heb het woordenboek.
I have a dictionary.
Ik heb het woordenboek.
dictionary, lexicon {zn.}
dictionaire [m] (de ~)
vertaalwoordenboek [o] (het ~)


Gerelateerd aan lexicon

mental lexicon - vocabulary - dictionaryaccumulation - list - book of facts - dictionary - lexicon