Vertaling van limb

Inhoud:

Engels
Nederlands
limb, member {zn.}
lid 
lidmaat
Every member of the club was present.
Elk lid van de club was aanwezig.
I am a member of the basketball team.
Ik ben lid van het basketbalteam.
limbus, limb, limbo {zn.}
bladschijf [v]
voorgeborchte
bladschede [v]
arm, branch, limb {zn.}
zijlijn
zijlinie
zijtak [m] (de ~)
arm, branch, limb {zn.}
spruit
arm, branch, limb {zn.}
spier
arm, branch, limb {zn.}
arm [m] (de ~)
I saw them walking arm in arm.
Ik zag hen arm in arm lopen.
Let go of my arm!
Laat mijn arm los!
arm, branch, limb {zn.}
agentschap [o] (het ~)
bijkantoor [o] (het ~)
succursale
arm, branch, limb {zn.}
ankerarm

Gerelateerd aan limb

member - limbus - limbo - arm - branchfamily - branch - davit - tool - mercantile establishment - arm - component