Vertaling van tool

Inhoud:

Engels
Nederlands
tool, implement {zn.}
werktuig  [o]
stuk gereedschap [o]
to chase, to emboss, to tool {ww.}
ciseleren

I tool
you tool
we tool

ik ciseleer
jij ciseleert
wij ciseleren
» meer vervoegingen van ciseleren

tool {zn.}
gerei [o] (het ~)
utensiliën
gereedschap [o] (het ~)
credentials, instrument, tool {zn.}
oorkonde [m] (de ~)
geloofsbrief
means, tool, agent, gadget, instrument, implement, utensil {zn.}
middel [o]
werktuig  [o]
stuk gereedschap [o]
instrument  [o]
tool {zn.}
werktuig [o] (het ~)
gereedschap [o] (het ~)
instrument, tool {zn.}
pisser
creature, puppet, tool {zn.}
speelbal [m] (de ~)
stropop
ledenpop [m] (de ~)
marionet [m] (de ~)
creature, puppet, tool {zn.}
slaaf [m] (de ~)
slavin [v] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The dictionary is an invaluable tool for learning languages.

Het woordenboek is van onschatbare waarde bij het leren van talen.

This dictionary is good learning tool for both students and professors.

Dit woordenboek is een goed leermiddel voor leerlingen en leraars.