Vertaling van tool

Inhoud:

Engels
Nederlands
tool, implement {zn.}
stuk gereedschap [o]
werktuig  [o]
to chase, to emboss, to tool {ww.}
ciseleren

I tool
you tool
we tool

ik ciseleer
jij ciseleert
wij ciseleren
» meer vervoegingen van ciseleren

means, tool, agent, gadget, instrument, implement, utensil {zn.}
middel [o]
instrument  [o]
stuk gereedschap [o]
werktuig  [o]
I reported to him by means of an SMS that he had to stop his work as soon as possible.
Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.
The most effective means for the propagation of Esperanto is the fluent and elegant use of this language.
Het doeltreffendste middel voor de verspreiding van het Esperanto is het vlotte en elegante gebruik van die taal.
tool {zn.}
gereedschap [o] (het ~)
werktuig [o] (het ~)
credentials, instrument, tool {zn.}
oorkonde [m] (de ~)
geloofsbrief
tool {zn.}
gerei [o] (het ~)
utensiliën
gereedschap [o] (het ~)
creature, puppet, tool {zn.}
slavin [v] (de ~)
slaaf [m] (de ~)
instrument, tool {zn.}
pisser
creature, puppet, tool {zn.}
marionet [m] (de ~)
ledenpop [m] (de ~)
speelbal [m] (de ~)
stropop
creature, puppet, tool {zn.}
figurant [m] (de ~)
achtergrondfiguur