Vertaling van instrument

Inhoud:

Engels
Nederlands
instrument {zn.}
werktuig  [o]
instrument  [o]
instrument, tool {zn.}
pisser
instrument, musical instrument {zn.}
muziekinstrument [o] (het ~)
instrument [o] (het ~)
The trumpet is a musical instrument.
De trompet is een muziekinstrument.
means, tool, agent, gadget, instrument, implement, utensil {zn.}
middel [o]
instrument  [o]
stuk gereedschap [o]
werktuig  [o]
The most effective means for the propagation of Esperanto is the fluent and elegant use of this language.
Het doeltreffendste middel voor de verspreiding van het Esperanto is het vlotte en elegante gebruik van die taal.
agent, instrument, intermediary, mediator {zn.}
intermediair 
tussenpersoon
bemiddelaar [m]
credentials, instrument, tool {zn.}
geloofsbrief
oorkonde [m] (de ~)
instrument {zn.}
instrument [o] (het ~)


Gerelateerd aan instrument

tool - musical instrument - means - agent - gadget - implement - utensil - intermediary - mediator - credentialscock - instrument - dedication - agency - object - control - mechanism