Vertaling van means

Inhoud:

Engels
Nederlands
means {zn.}
middelen
The end justifies the means.
Het doel heiligt de middelen.
means, expediency {zn.}
middelen
means, tool, agent, gadget, instrument, implement, utensil {zn.}
middel [o]
instrument  [o]
stuk gereedschap [o]
werktuig  [o]
I reported to him by means of an SMS that he had to stop his work as soon as possible.
Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.
The most effective means for the propagation of Esperanto is the fluent and elegant use of this language.
Het doeltreffendste middel voor de verspreiding van het Esperanto is het vlotte en elegante gebruik van die taal.
means, remedy, resource, avenue, expedience, expedient, recourse, way, agency {zn.}
weg 
middel [o]
medium
remedie [v]
The way is long.
De weg is lang.
You are in my way.
Je staat in de weg.
agency, means, way {zn.}
agentschap  [o]
agentuur
lurid, sharp, acrid, acrimonious, keen, poignant, waspish, acute, agency, means, way {bn.}
weldenkend
zinrijk
zinnig
bijtend 
doordringend
fel
guur
schel
scherp 
schril
snerpend
to mean {ww.}
bedoelen 

he/she/it means

hij/zij/het bedoelt
» meer vervoegingen van bedoelen

to mean, to aim, to target, to aim at, to aim for {ww.}
bedoelen 

he/she/it means

hij/zij/het bedoelt
» meer vervoegingen van bedoelen

to intend, to mean, to plan, to propose {ww.}
van plan zijn
voorhebben
voornemens zijn
zich voorstellen

he/she/it means

hij/zij/het heeft voor
» meer vervoegingen van voorhebben

to imply, to mean, to signify, to denote, to represent, to stand for {ww.}
beduiden
betekenen 
staan voor

he/she/it means

hij/zij/het beduidt
» meer vervoegingen van beduiden

to mean {ww.}
betekenen

he/she/it means

hij/zij/het betekent
» meer vervoegingen van betekenen

to intend, to mean, to think {ww.}
menen
bedoelen

he/she/it means

hij/zij/het meent
» meer vervoegingen van menen

to entail, to imply, to mean {ww.}
neerkomen

he/she/it means

hij/zij/het komt neer
» meer vervoegingen van neerkomen

to intend, to mean {ww.}
verstaan

he/she/it means

hij/zij/het verstaat
» meer vervoegingen van verstaan

to intend, to mean {ww.}
intenderen
bedoelen

he/she/it means

hij/zij/het intendeert
» meer vervoegingen van intenderen

to entail, to imply, to mean {ww.}
behelzen
zeggen
betekenen
inhouden
omvatten
beduiden

he/she/it means

hij/zij/het behelst
» meer vervoegingen van behelzen



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

"Tatoeba" in Japanese means "for example".

"Tatoeba" is Japans voor "bijvoorbeeld".

I wonder what she really means.

Ik vraag me af wat ze echt bedoeld.

"Tatoeba" means "for example" in Japanese.

"Tatoeba" is Japans voor "bijvoorbeeld".

She's by no means lacking in consideration. She's just shy.

Het ontbreekt haar geenszins aan welwillendheid. Ze is gewoon verlegen.

The most effective means for the propagation of Esperanto is the fluent and elegant use of this language.

Het doeltreffendste middel voor de verspreiding van het Esperanto is het vlotte en elegante gebruik van die taal.

Nicolas means that romanization of Cyrillic alphabet is as beautiful as the sun, which burns your eyes when you look at it.

Nicolas bedoelt dat de romanisering van het Cyrillische alfabet net zo mooi is als de zon, die de ogen verbrandt wanneer je ernaar kijkt.

Dear passengers! If you get on a means of transport and don’t have a season ticket, punch a one-time ticket without waiting for the next station.

Geachte passagiers! Indien u het vervoermiddel betreedt zonder in het bezit te zijn van een geldig abonnement, stempel dan uw plaatsbewijs af vóór de volgende halte.

"What," said Al-Sayib. "You think that being on international TV means that you need to strut around in an Armani now?"

"Wat?" zei Al-Sayib. "Denk je dat je nu ineens met een Armani moet gaan lopen pronken, omdat je op de internationale tv bent?


Gerelateerd aan means

expediency - tool - agent - gadget - instrument - implement - utensil - remedy - resource - avenue - expedience - expedient - recourse - way - agencycompany - wise - be - assay - entail - intend - reproduce