Vertaling van way

Inhoud:

Engels
Nederlands
manner, mode, way, bearing, fashion, style {zn.}
manier
wijze 
trant
Do it this way.
Doe het op deze manier.
There's got to be a way.
Er moet een manier zijn.
means, remedy, resource, avenue, expedience, expedient, recourse, way, agency {zn.}
weg 
middel [o]
remedie [v]
medium
The way is long.
De weg is lang.
You are in my way.
Je staat in de weg.
road, route, way, course, passage, path, pathway {zn.}
baan  [v]
route [v]
weg  [m]
lurid, sharp, acrid, acrimonious, keen, poignant, waspish, acute, agency, means, way {bn.}
weldenkend
zinrijk
zinnig
bijtend 
doordringend
fel
guur
schel
scherp 
schril
snerpend
custom, mores, usage, way {zn.}
gebruik [o]
zede
It is our custom to take off our shoes when we enter the house.
Het is ons gebruik om onze schoenen uit te doen voor we het huis binnengaan.
path, road, way {zn.}
baan  [v]
There is frost on the road.
Er is ijzel op de baan.
agency, means, way {zn.}
agentuur
agentschap  [o]
distance, way {zn.}
afstand [m]
eind  [o]
end [o]
That's an amazing distance, isn't it?
Dat is een ongelofelijke afstand, nietwaar?
Seen at a distance, the rock looks like a squatting human figure.
Gezien vanaf een afstand, ziet de rots eruit als een gehurkte menselijke figuur.
custom, habit, way, fashion, practice, wont {zn.}
gewoonte 
gebruik [o]
usance
You ought to get into the habit of brushing your teeth after every meal.
Je zou er een gewoonte van moeten maken je tanden te poetsen na elke maaltijd.
In the Netherlands, it is the custom that, when during the construction of a house the highest point has been reached and the roof is ready for tiling, the client treats…
In Nederland is het de gewoonte dat, wanneer bij de bouw van een huis het hoogste punt bereikt is en de dakpannen gelegd kunnen worden, de opdrachtgever de bouwvakkers…
method, approach, avenue, technique, way {zn.}
methode [v]
This is the least expensive method of all.
Dit is de goedkoopste methode van allemaal.
This is the cheapest method of them all.
Dit is de goedkoopste methode van allemaal.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Do it this way.

Doe het op deze manier.

The way is long.

De weg is lang.

You are in my way.

Je staat in de weg.

It's always been that way.

Dat is altijd zo geweest.

Say it in another way.

Zeg het op een andere manier.

You're going the wrong way.

Ge zijt op de verkeerde weg.

Where is the way out?

Waar is de uitgang?

She's way taller than me.

Zij is veel groter dan ik.

Which way is the beach?

Welke kant is het strand op?

Spring is on the way!

De lente is op weg!

There's got to be a way.

Er moet een manier zijn.

She cooks chicken the way I like.

Ze maakt kip klaar op de manier die ik lekker vind.

That's the way the cookie crumbles.

Dat is het leven.

Can you explain the way to me?

Kan je me de weg wijzen?

Don't look at me that way.

Kijk niet zo naar me.


Gerelateerd aan way

manner - mode - bearing - fashion - style - means - remedy - resource - avenue - expedience - expedient - recourse - agency - road - routewise - company