Vertaling van manner

Inhoud:

Engels
Nederlands
manner, mode, way, bearing, fashion, style {zn.}
manier
wijze 
trant
Do it this way.
Doe het op deze manier.
There's got to be a way.
Er moet een manier zijn.
fashion, manner, mode, style, way {zn.}
stijl [m] (de ~)
aanpak [m] (de ~)
The author has a beautiful style.
De auteur heeft een mooie stijl.
fashion, manner, mode, style, way {zn.}
manier [v] (de ~)
wijs
wijze [m] (de ~)
trant [m] (de ~)
modus [m] (de ~)
Show me the way, will you?
Wijs me de weg, wil je?
Say it in another way.
Zeg het op een andere manier.
fashion, manner, mode, style, way {zn.}
Staten [m] (de ~)
I went to Europe by way of the United States.
Ik ging via de Verenigde Staten naar Europa.

Gerelateerd aan manner

mode - way - bearing - fashion - stylebehavior - fashion - characteristic - state