Vertaling van bearing

Inhoud:

Engels
Nederlands
bearing {zn.}
positiebepaling [v]
peiling [v]
bearing, pillow-block {zn.}
lager [o]
bearing {zn.}
lager [o] (het ~)
azimuth, bearing {zn.}
azimut [o]
manner, mode, way, bearing, fashion, style {zn.}
manier
wijze 
trant
Do it this way.
Doe het op deze manier.
There's got to be a way.
Er moet een manier zijn.
bearing {bn.}
drachtig
bearing {zn.}
kussenblok
to abide, to endure, to bear, to cope, to stand, to withstand {ww.}
uitstaan
verdragen 
uithouden
harden
dulden
doorstaan
I cannot stand this anymore.
Ik kan het niet meer uithouden.
I cannot bear the pain any more.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
to bear, to give birth to {ww.}
voortbrengen
teweegbrengen
bevallen 
het leven schenken
baren 
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
dragen 
naar buiten brengen
uithouden
verdragen 

I am bearing

to carry, to wear, to bear, to wash {ww.}
brengen 
dragen 
voeren 
voorhebben

I am bearing

to bear, to produce, to yield {ww.}
afwerpen
opbrengen
opleveren
voortbrengen

I am bearing

to abide, to bear, to endure, to put up with, to suffer, to sustain, to ail {ww.}
doorstaan
lijden 
ondergaan
uitstaan
velen
verdragen 

I am bearing


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Bearing can be unbearable.

Verdragen kan onverdraaglijk zijn.

He came bearing a large bunch of flowers.

Hij kwam met een grote bos bloemen.


Gerelateerd aan bearing

pillow-block - azimuth - manner - mode - way - fashion - style - abide - endure - bear - cope - stand - withstand - give birth to - carry outbushing - big - undercarriage