Vertaling van big

Inhoud:

Engels
Nederlands
big, great, large, grand, major, substantial, ample {bn.}
groot 
big, enceinte, expectant, gravid, great, heavy, large, with child {bn.}
gravida
pregnant
zwanger
big, enceinte, expectant, gravid, great, heavy, large, with child {bn.}
loodzwaar
big, large, prominent {bn.}
toonaangevend
big, enceinte, expectant, gravid, great, heavy, large, with child {bn.}
steengoed
adult, big, full-grown, fully grown, grown, grownup {bn.}
volwassen
adult
rijp
groot
adult, big, full-grown, fully grown, grown, grownup {bn.}
voljarig

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

It's the big one.

Het is de grote.

Because it's too big.

Omdat het te groot is.

He's a big coward.

Hij is een grote lafaard.

These dogs are big.

Deze honden zijn groot.

What a big dog!

Wat een grote hond!

Everyone likes big pizzas.

Iedereen houdt van grote pizza's.

That house is big.

Dat huis is groot.

The book is big.

Het boek is groot.

It's too big.

Het is te groot.

This is too big.

Dit is te groot.

Mary has big eyes.

Mary heeft grote ogen.

I have a big problem.

Ik heb een groot probleem.

Look at that big dog.

Kijk naar die grote hond.

Pomegranate seeds are relatively big.

Het binnenste van een granaat is tamelijk groot.

My spoon is too big!

Mijn lepel is te groot!


Gerelateerd aan big

great - large - grand - major - substantial - ample - enceinte - expectant - gravid - heavy - with child - prominent - adult - full-grown - fully grownheavy - authoritative - good - full-blown