Vertaling van endure

Inhoud:

Engels
Nederlands
to endure, to put up with, to tolerate, to abide, to brook, to condone, to stand, to stomach {ww.}
tolereren
dulden
verdragen 
toelaten
velen
aanzien 
pikken

I endure
you endure
we endure

ik tolereer
jij tolereert
wij tolereren
» meer vervoegingen van tolereren

I can't tolerate this noise any longer.
Ik kan dit geluid niet langer tolereren.
to abide, to bear, to endure, to put up with, to suffer, to sustain, to ail {ww.}
lijden 
uitstaan
velen
doorstaan
ondergaan
verdragen 

I endure
you endure
we endure

ik lijd
jij lijdt
wij lijden
» meer vervoegingen van lijden

I cannot bear the pain any more.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Man is destined to suffer.
De mens is voorbestemd tot lijden.
to abide, to bear, to carry out, to endure, to put up with, to suffer, to stand, to carry away, to afford {ww.}
uithouden
dragen 
naar buiten brengen
verdragen 

I endure
you endure
we endure

ik houd uit
jij houdt uit
wij houden uit
» meer vervoegingen van uithouden

I cannot stand this anymore.
Ik kan het niet meer uithouden.
Your research will surely bear fruit.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
to continue, to endure, to keep on, to last, to persist, to wear {ww.}
duren
standhouden
beklijven
aanhouden 
voortduren

I endure
you endure
we endure

ik houd stand
jij houdt stand
wij houden stand
» meer vervoegingen van standhouden

You can never tell how long these meetings will last.
Je weet nooit hoelang deze vergaderingen zullen duren.
to abide, to endure, to bear, to cope, to stand, to withstand {ww.}
uitstaan
uithouden
verdragen 
dulden
doorstaan
harden

I endure
you endure
we endure

ik sta uit
jij staat uit
wij staan uit
» meer vervoegingen van uitstaan

I can't stand this hot weather.
Ik kan dit hete weer niet uitstaan.
Our bodies are not designed to cope with stress for long periods.
Onze lichamen zijn niet geschikt om voor lange periodes stress te moeten verdragen.

Gerelateerd aan endure

put up with - tolerate - abide - brook - condone - stand - stomach - bear - suffer - sustain - ail - carry out - carry away - afford - continue